Beenlengteverschil

Klachten die ontstaan door een verschil in beenlengte.

Wat is beenlengteverschil?

Een beenlengteverschil betekent dat het ene been langer is dan het andere. Dit kan een anatomisch verschil zijn (verschil in botlengte) of een functioneel verschil (veroorzaakt door scheefstand in bekken of wervelkolom). Het verschil kan variëren van enkele millimeters tot meerdere centimeters. Zelfs een klein verschil kan de lichaamshouding of het looppatroon beïnvloeden. Onbewust probeert het lichaam dit vaak te compenseren, wat klachten kan veroorzaken aan voeten, knieën, heupen of de onderrug.

Oorzaken van beenlengteverschil

  • Aangeboren: Sommige mensen worden geboren met een licht verschil in beenlengte.
  • Verworven: Ontstaat door bijvoorbeeld een botbreuk, een operatie, een heup- of knieprothese, of een groeiafwijking zoals een verstoring van de groeischijf tijdens de jeugd.
  • Functioneel: Het verschil zit niet in de botlengte zelf, maar wordt veroorzaakt door houdingsafwijkingen zoals een gekanteld bekken of een scheve wervelkolom. Dit kan leiden tot een asymmetrische houding of looppatroon.

Symptomen van beenlengteverschil

Een klein verschil in beenlengte hoeft niet altijd klachten te geven, maar bij grotere afwijkingen of langdurige overbelasting kunnen de volgende symptomen optreden:

  • Ongelijke slijtage aan schoenen: De zool van het kortere of langere been slijt vaak sneller of anders, wat een eerste zichtbaar teken kan zijn.
  • Pijnklachten aan één kant: Door asymmetrische belasting ontstaan klachten aan één zijde van de voet, enkel, knie of heup — meestal aan het langere been door overbelasting of aan het kortere been door compenserende spanning.
  • Bekken- of wervelkolomscheefstand: Een verschil in beenlengte kan leiden tot een kanteling van het bekken of een lichte kromming in de onderrug, wat klachten in de lage rug kan veroorzaken.
  • Lage rugpijn bij lang staan of lopen: Door het voortdurend corrigeren van de asymmetrie ontstaat extra spierspanning in de onderrug.
  • Verstoord looppatroon: Het lichaam past zich aan door anders te lopen (bijv. wiegend, slepend of asymmetrisch), wat kan leiden tot vermoeidheid of instabiliteit.
  • Sneller moe of overbelast: Door de inefficiënte bewegingsverdeling raken spieren aan één kant sneller vermoeid, wat zich uit in spierpijn of stijfheid.

Wat kun je doen bij beenlengteverschil?

De juiste aanpak hangt af van de grootte van het lengteverschil en de mate waarin het klachten veroorzaakt. Veel mensen hebben een klein verschil in beenlengte zonder dat dit problemen geeft. Pas bij structurele overbelasting, houdingsafwijkingen of pijnklachten is het zinvol om gericht te corrigeren. Volledige correctie is zelden nodig; een verschil tot ca. 1 cm wordt meestal nog goed gecompenseerd door het lichaam zelf.

  • Laat het verschil professioneel meten
    Laat het beenlengteverschil altijd nauwkeurig vaststellen door een specialist. Dit gebeurt meestal met een lichamelijk onderzoek, eventueel aangevuld met beeldvorming (zoals een beenlengte-röntgenfoto). Alleen met een juiste diagnose kan een passende oplossing worden gekozen.
  • Gebruik corrigerende steunzolen
    Bij kleine verschillen (tot ongeveer 1,5 à 2 cm) kunnen op maat gemaakte steunzolen helpen. In de hiel van de zool aan de korte zijde wordt een verhoging verwerkt die het verschil gedeeltelijk opheft. Dit kan de bekkenstand verbeteren, asymmetrische belasting verminderen en klachten aan rug, heup of knie verlichten.
  • Laat een verhoging aan je schoen aanbrengen
    Bij grotere verschillen (vanaf ongeveer 1,5 cm) kan een schoenaanpassing worden gedaan door een orthopedisch schoenmaker. Hierbij wordt aan de buitenzijde van de zool een verhoging geplaatst onder het korte been. Dit kan tot meerdere centimeters worden opgebouwd, zonder dat het draagcomfort verloren gaat.
  • Analyse van je houding en looppatroon
    Bij langdurige of terugkerende klachten, zoals scheefstand van de rug of een afwijkend looppatroon, is het verstandig om een houdingsanalyse of loopanalyse te laten doen. Daarmee kan worden bepaald of (en hoe) het beenlengteverschil je bewegingspatroon beïnvloedt en welke correcties het meest effectief zijn.
  • In uitzonderlijke gevallen: chirurgische correctie
    Bij zeer grote verschillen of wanneer het verschil voortkomt uit een aangeboren of medische oorzaak, kan een operatieve correctie worden overwogen. Voorbeelden zijn:- Epifysiodese – het afremmen van de groei in het langere been bij kinderen.
    – Osteotomie – het inkorten van het langere been via een botcorrectie.
    – Beenverlenging – het gecontroleerd verlengen van het kortere been met behulp van een fixatieapparaat.

Deze behandelingen worden altijd via een orthopedisch specialist ingezet en vereisen een uitgebreid traject van evaluatie en herstel.

Schoenadvies bij beenlengteverschil

  • Kies schoenen met een uitneembaar voetbed zodat er genoeg ruimte is voor correcties en een steunzool.
  • Indien een grotere correctie nodig is, kan een orthopedisch schoentechnoloog de schoen aanpassen met een verhoging aan de buitenzijde van de zool.
  • Draag het liefst halfhoge schoenen met een stevige hielkap en voldoende steun voor een stabiele houding.

 

Tips en weetjes

  • Een beenlengteverschil hoeft niet altijd behandeld te worden, maar het kan verstandig zijn om het te laten beoordelen, vooral bij zware lichamelijke belasting, intensief sporten of staand werk. Een preventieve correctie kan helpen om overbelasting en toekomstige klachten te voorkomen.
  • Een functioneel beenlengteverschil kan soms worden verminderd met oefentherapie of fysiobehandeling, doordat verbetering van de lichaamshouding het verschil kan verkleinen.

Inhoudsopgave

Elke stap verdient de juiste ondersteuning
Start vandaag nog met de zorg die jouw voeten verdienen.